Volg ons op Facebook

Nieuwsbrief VWG, april 2020

Nieuwsbrief Vogelwerkgroep De Steltkluut, april 2020

Vanwege corona zijn alle vergaderingen, excursies en andere bijeenkomsten helaas geschrapt. Maar natuurlijk gaan we allemaal toch nog zoveel mogelijk op pad om volop van het vogelvoorjaar te genieten en de lopende projecten voort te zetten. Uiteraard steeds binnen de geldende voorschriften.

In deze nieuwsbrief hebben we her en der wat berichten uit het veld verzameld, uit de eigen regio maar ook daarbuiten, zodat jullie weer helemaal op de hoogte zijn. Met dank aan alle bijdragers!

De BMP-tellingen

In tegenstelling tot eerdere berichten van Staatsbosbeheer kunnen de Sovon-tellingen waaronder BMP doorgaan. Uiteraard met inachtneming van de algemene regels.

BMP Saeftinghe 2020

Door Bas de Maat

1

Sinds 1984 volgt SOVON de aantalsontwikkeling van de Nederlandse broedvogels. Door middel van steekproeven streeft men naar een landelijk dekkend overzicht. Het Broedvogel Monitoring Project (BMP) houdt in dat een betrekkelijk klein gebied (10-250 hectare) gedurende een lange tijd wordt bemonsterd op alle aanwezige broedvogels.

In 2004 en 2005 werd voor het biotoop brakwaterschor in Saeftinghe het eerste proefvlak (plot 7) aangepakt. Na deze proef werd in 2006 gestart met vier plots: in totaal 160 hectare, 7.2 % van het begroeide deel. In 2010 is op verzoek van en in samenwerking met Het Zeeuwse Landschap in het uiterste oosten een vijfde plot (plot 16) ingebracht van 40 hectare met veel riet. Op de luchtfoto hieronder zie je de ligging van de plots. In 2019 waren er onvoldoende tellers beschikbaar om alle vijf de plots te tellen. Er werd daarom voor gekozen alleen de plots 3, 7 en 11 te tellen.

Ook dit jaar zijn er niet genoeg tellers, er is nu voor gekozen de plots 7, 11 en 13 te tellen. Als gevolg van de coronacrisis leek het alsnog in de soep te lopen. Aanvankelijk waren er wisselende geluiden over het al dan niet mogen tellen. Nadat bleek dat dit, mits je je aan de richtlijnen houdt, is toegestaan kwamen we voor de volgende uitdaging. Er vielen enkele hiaten in het telschema doordat de Belgische tellers niet de grens over mogen. Deze tellingen worden opgevuld door Marc en Christine.

2

Vanwege de hoge tijen die gewoonlijk eind maart plaatsvinden, wordt tot eind maart niet geïnventariseerd. De inventarisatieperiode loopt van circa 1 april tot 15 augustus. Alle plots worden gedurende deze periode minimaal negen maal volledig geïnventariseerd. De tellingen in augustus worden verricht in verband met het voorkomen van de Graszanger. Gewerkt wordt met een rooster dat wordt opgesteld aan de hand van de persoonlijke voorkeuren, vogelkennis en de getijdentabel van Baalhoek. Het uitgangspunt is twee tellingen per 28 dagen (getijcyclus) binnen een negendaagse periode, met vier dagen in het weekeind. Eén periode valt in de eerste helft en één gedurende de tweede helft van een maand. Binnen elk van die telperioden valt op een of meer dagen, in de aanloop naar doodtij, het eerste laagwater in de vroege ochtend.

Bij het inventariseren wordt gebruik gemaakt van GPS en Avimap. Voor wie niet met zijn eigen tablet of telefoon het gebied in wil stelt het Zeeuwse Landschap apparaten ter beschikking. Via Avimap wordt de gelopen route nauwkeurig ingetekend, kun je ook aanvullende informatie vastleggen zoals het voorkomen van Vossen en informatie over weersomstandigheden, waterstanden enz. Aan het eind van de telling krijg je een bonte verzameling stippen zoals op onderstaande schermafdruk te zien is.

3 4

De eerste twee telrondes zitten er inmiddels op. Het is nog te vroeg om al conclusies te trekken. Zoals altijd zijn de Tureluurs, Gele Kwikstaarten, Rietgorzen en Graspiepers weer in grote getalen aanwezig. Een aantal van de nesten van Grauwe Ganzen die tijdens de eerste ronde werden gevonden bleken bij de tweede ronde verlaten. Eén nest was ca. anderhalve meter verplaatst (verspoeld). De eerste Rietzangers, Snorren en Graszangers hebben zich ook alweer laten horen. Je moet er soms vroeg voor uit je bed en het kost de nodige inspanning, maar het is altijd genieten in Saeftinghe. Belangstelling om eens bij een telling aan te sluiten, laat je horen!

Ganzen- en zwanentellingen, seizoen 2019-2020

Door Afke van Dijkhuizen

Het seizoen voor de ganzen- en zwanentellingen zit er op. We hebben 150 telgebieden in het gebied van de Steltkluut waarvan de meeste geteld zijn, enkele polders alleen tijdens de midwintertelling. Door veel vogelliefhebbers is weer een flinke tijds- en telinspanning geleverd voor de tellingen van september tot maart of zelfs april. Dank aan alle tellers daarvoor en een grote pluim! Sovon kan tevreden zijn. Ik hoop dat iedereen van de tellingen heeft genoten en daarbij behalve waarnemingen van ganzen en zwanen ook andere mooie waarnemingen heeft gedaan.

Marc Jorissen en Jean Maebe hebben besloten om na dit seizoen te stoppen met de tellingen, daarom speciaal dank aan Marc en Jean voor de jarenlange bijdrage aan de ganzen- en zwanentellingen. Marc doet al sinds 2006  mee met de laagwatertelling van Saeftinghe die ook gelijk ganzentelling is en vanaf 2008 telde hij met Jean de polders rondom Saeftinghe.

Buitengewoon en heel bijzonder kunnen we de bijdrage van Jean aan de tellingen noemen. Inmiddels 92 jaar en bij Saeftinghe betrokken sinds zijn eerste bezoek, op de fiets, in 1946! In 1956 publiceert Jean in het Belgische ornithologische tijdschrift de Giervalk een stuk over de avifauna van Saeftinghe met nadruk op watervogels (eenden en ganzen). Hij telt tot midden jaren 60 en doet na een wat stillere periode in oktober 1990 mee aan de eerste laagwater telling in Saeftinghe. Toen er in de periode 1995-2010 enorme aantallen Grauwe ganzen in het gebied rond Saeftinghe waren, telde hij de polders ten zuiden van Saeftinghe en soms zelfs ook nog Grauwe Ganzen in de hals van Zuid Beveland. Na 2010 kregen de tellingen meer de vorm zoals we die nu kennen.

5

Foto: Bas de Maat, fotoarchief Henk Castelijns: Marc en Jean, op de dijk bij Saeftinghe

Hieronder een impressie van de aantallen per maand in OZVL en de spreiding van de ganzen in heel Zeeland in dit telseizoen. Let op: deze grafieken en kaartjes zijn exclusief de getallen vanuit Saeftinghe zelf omdat die rechtstreeks van DPM naar Sovon gaan.

Toendrarietgans: In december de hoogste aantallen in OZVL. In vergelijking met de 2 vorige seizoenen toch lagere aantallen. Op het kaartje de waarnemingen in de maanden november t/m februari. Waarbij opvalt dat er waarnemingen zijn op de platen in de Westerschelde en de zuidzijde van Beveland. Dit zijn waarnemingen van januari wat het lagere getal in OZVL voor januari kan verklaren.

67

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grauwe Gans: hoogste aantallen in november en december, hoger dan vorig seizoen en vergelijkbare aantallen als in 17/18.  Verspreidingskaartje: waarnemingen in november en december.

9 8

 

                 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kolgans: alleen in november vergelijkbare aantallen met vorige seizoenen en ook een lager maximum dan in voorgaande 2 seizoenen, kaartje waarnemingen november, december en januari.

10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brandgans: lagere aantallen en maxima in vergelijking met de 2 vorige seizoenen.  Verspreiding in de maanden november t/m februari.

11 12

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jaar van de wilde eend

13

Op https://www.sovon.nl/nl/content/jaar-van-de-wilde-eend en https://www.youtube.com/watch?v=jz8bezunLTs is informatie en uitleg te vinden over het jaar van de wilde eend. Een aanrader is de KuikenTeller-app. Dit is een heel gebruiksvriendelijke app om de informatie over eenden, hun jongen en de omgeving in te voeren aan de hand van eenvoudige vragen. Dit is van belang voor het onderzoek naar de terugloop van het aantal wilde eenden (in vergelijking met 1990 is 30% van de broedpopulatie verdwenen). Ook heel leuk om samen met de (klein)kinderen te doen.

Zieke pimpelmezen

Er zijn dit voorjaar veel meldingen van dode pimpelmezen, met name net over de grens in Duitsland. Uit onderzoek is gebleken dat ze het slachtoffer zijn geworden van een bacteriële infectie.

Zieke pimpelmezen zien er bol uit, zitten er suf bij en ze zijn lang niet zo schuw als normaal. Mogelijk is hun snavel wat viezig. Zie je een zieke pimpelmees, meld dit dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) van de Universiteit Utrecht.

Wat kun je zelf doen? Zorg dat je op een hygiënische bijvoert, dus voer niet meer dan dat er op een dag op gaat, zodat er geen voedsel blijft liggen. Voorkom ook dat het voedsel nat wordt. Maak de voederhuisjes/silo’s/-tafels etc. regelmatig goed schoon. Ververs bakjes water regelmatig en maak de bakjes dan goed schoon.

Online cursussen

Voor het geval je een tijdje niet naar buiten kunt of mag zijn er ook online cursussen. We noemen er hieronder een aantal. Let op: aanstaande donderdag 30 april om 20 uur is er op het YouTube-kanaal van Sovon een online workshop over ‘lastige vogelgeluiden’, over vogels met erg op elkaar gelijkende zang, zoals zwartkop en tuinfluiter.

https://www.sovon.nl/nl/online-cursussen https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/online-vogelcursussen https://www.youtube.com/user/SOVONVogelonderzoek https://www.natuurpunt.be/pagina/leer-soorten-herkennen

Heb je ook tips, aarzel dan niet en deel ze met ons via de mail of de appgroep van de Vogelwerkgroep (zie hier direct onder).

Appgroep Vogelwerkgroep De Steltkluut

Misschien is het nog niet bij iedereen bekend dat de vogelwerkgroep ook een appgroep heeft. Hier wordt van alles gedeeld zoals leuke waarnemingen, anekdotes en weetjes. Ook wordt langs die weg soms geprobeerd om  lastige determinaties samen op te lossen. Nog geen lid, meld je dan via vogelwerkgroep@steltkluut.nl en we voegen je toe. Blijkt het toch niets voor jou, dan kun je er zo weer uit.

Er zijn trouwens ook Steltkluut-appgroepen voor insecten, planten en BioBlitz Axel. Geef maar aan of je dit wilt proberen, dan geven wij het door.

Koolmezenproject

Het koolmezenproject in Terneuzen gaat nog steeds door. Mensen die een nestkast hebben uit het project van Jenny de Laat en de universiteit van Gent roept op om nog steeds de gegevens te verzamelen en door te sturen. Ook al wordt in Terneuzen geen ringwerk voor dit project gedaan, de gegevens zijn toch een waardevolle bijdrage aan het gehele project. Bedenk ook dat hoe langer je mee doet hoe meer waarde je gegevens opleveren. Voor meer info over dit project http://www.abllo.be/natuur-landbouw/urbaan-mezenonderzoek

Akkerrandtellingen

Van 1 tot 10  mei  starten de eerste vogeltellingen op de akkerranden van Agrarische

Natuurvereniging De Groene Oogst.  De deelnemende tellers hebben hierover inmiddels bericht ontvangen. We kunnen nog steeds tellers gebruiken. Meer weten? Graag een mailtje naar spons022@planet.nl

Stand van zaken bij de roofvogels

Door Henk Castelijns

Het broedseizoen 2020 is alweer volop bezig. De eerste jonge Bosuilen hebben het nest ongeveer een week geleden verlaten. Het ging om een recordvroeg nest. Het eerst ei was gelegd op 7 februari. Gemiddeld starten bosuilen in Zeeuws-Vlaanderen met de eileg op 6 maart; met tot en met tot vorig jaar een spreiding tussen 9 februari en 2 april. Het merkwaardige aan dit seizoen is op dat ene nest na, de rest van de Bosuilen juist erg laat begonnen zijn. We weten dat omdat we elk broedseizoen  een vast aantal nesten controleren.

14

Als koppel kunnen Henk en Marlies gewoon samenwerken tijdens de coronacrisis

De andere uilensoort waar veel roofvogelaars in geïnteresseerd zijn, is de Ransuil. Het is een soort die 25 jaar geleden veel algemener was dan tegenwoordig. De afname is vooral een gevolg van concurrentie met de Bosuil, die vóór 1990 niet in Zeeuws-Vlaanderen voorkwam. Door de Bosuil is de Ransuil verdreven uit de bosgebieden. Ransuilen broeden tegenwoordig vooral op woonerven en in kleine bosjes, waar de Bosuil (nog) niet voorkomt.

Bij de (dag)roofvogels is de Slechtvalk er het vroegste bij. Daarna volgen Havik, Buizerd, Torenvalk, Bruine Kiekendief, Sperwer, Wespendief en Boomvalk. Zo rond deze tijd van het jaar worden de jongen van de Slechtvalk geboren. De ouders zijn ruim een maand geleden met de eileg gestart. De Boomvalk is de laatste, zij leggen het eerste ei pas half juni. De verschillen tussen de soorten zijn vooral een gevolg van het voedselaanbod. Boomvalken hebben jongen als er veel jonge zwaluwen, piepers en kwikstaarten zijn, Slechtvalken als er veel  jonge duiven, jonge kraaiachtigen en doortrekkende steltlopers zijn.

Het bepalen van de start van de eileg gebeurt overigens niet door dagelijks in het nest te kijken, maar door het opmeten van de vleuggellengte van het oudste jong. De vleugel groeit elke dag een aantal millimeters, waardoor je kunt uitrekenen wanneer het jong geboren is. Door rekening te houden met de broedduur kun je de start van de eileg berekenen. Voor het onderzoek aan nesten van uilen en roofvogels zijn handleidingen opgesteld waarin zulke dingen staan. Ook kun je er lezen wanneer je wat zou moeten doen, waar je zoal op moet letten, wat je wel kunt doen en beslist niet moet doen etc. Voor nestonderzoek heb je overigens een ontheffing nodig. Daarin staat ook dat van je wordt  verwacht dat je de resultaten bijhoudt op een nestkaart.

Regelmatig wordt over de resultaten gerapporteerd. Voor wat betreft Bosuil en de dagroofvogels zijn de lokale rapportages te vinden op www.roofvogelszeeland.nl. Maar er verschijnen ook landelijke overzichten. Voor wat betreft de dagroofvogels worden die gepubliceerd in De Takkeling. Dit is het tijdschrift van de Roofvogelwerkgroep Nederland, zie www.werkgroeproofvogels.nl. Voor wat betreft de Bosuil vind je een samenvatting van de resultaten op  de website van Sovon https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/nestkastrapport_2017-lr.pdf, maar er is ook een speciale nieuwsbrief die naar de onderzoekers wordt gestuurd. Over de Ransuil wordt niet systematisch gerapporteerd.

Tot slot nog een oproep. Het gaat niet goed met de Bruine Kiekendief in Zeeland. Daarom zijn de Stichting Landschapsbeheer Zeeland en de Roofvogelwerkgroep Zeeland een beschermingsproject begonnen waarbij ook de ZLTO en het Zeeuwse Landschap zijn betrokken. Belangrijk onderdeel daarvan is bescherming van nesten van kiekendieven die op landbouwgrond broeden. Een brochure en flyer zijn in de maak. Iedereen kan een bijdrage leveren door waarnemingen van kiekendieven zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen. Doe dat bij voorkeur bij www.waarneming.nl. Vermeld altijd hoe de vogel zich gedroeg. Let op, de standaardopmerkingen van waarneming.nl zijn vaak niet toereikend. Gebruik daarom het opmerkingveld bij je waarneming om het gedrag te beschrijven en kijk eventueel hier waarin we geïnteresseerd zijn:

https://www.roofvogelszeeland.nl/beeldverslagen/herkennen. Alle waarnemingen doen er toe! En mocht je geïnteresseerd zijn in het roofvogelonderzoek, laat het weten.

15

Gewingtagde kiekendief, foto’s Erwin Fermont

Verslag Trektelpost Margarethapolder voorjaar 2020

Door Bert van Broekhoven

2020 was een bijzonder jaar in diverse opzichten. Door de coronacrisis kon mijn vaste Belgische partner Alex niet meer de grens over en daardoor niet meer deelnemen aan de tellingen. Gelukkig kreeg ik versterking van Ria. Ook de lange perioden met harde wind waren niet optimaal voor goede teldagen.

Dit voorjaar zat het broedeilandje voor de Visdieven voor de aankomst hun aankomst al helemaal vol met Kokmeeuwen en 20-25 paar Zwartkopmeeuwen. Dat gaat lastig worden voor de Visdieven.

16

Foto: Bert van Broekhoven

De cijfers:

Tot nu zagen we 119 verschillende soorten voorbij trekken in 38 dagen in 101 teluren.

Inclusief de lokale vogels 135 soorten. Het totaal aantal getelde vogels tot nu (27-4) is 42.494.

Bijzonderheden:

Op 14 maart (218) en 15 maart (271) werd het dagrecord Witte Kwikstaart 2 dagen achter elkaar verbeterd. Ze kwamen die dagen mooi laag voorbij in groepjes tot 15 stuks. Op 14 maart zagen we er 218 en op 15 maart 271.

Op 12 april werden 214 Zwartkopmeeuwen geregistreerd, de 2e dag voor de telpost.  Op 18-4 werden 6 Purperreigers en een Rode Wouw gezien.

Fenologie = 1e waarneming van een soort in het voorjaar

Boerenzwaluw (26-3), Visdief (10-4), 11-4 (Purperreiger), Koekoek (12-4), Bosruiter (12-4), Gierzwaluw (17-4)

Nestkaarten

Bij de roofvogelwerkgroep zijn we gewoon om alle gegevens omtrent een broedgeval te verzamelen op een nestkaart. Sovon is echter ook zeer geïnteresseerd in nestkaarten van andere soorten, zoals de gierzwaluw, maar eigenlijk alle nestopvolgingen zijn welkom. Dus heb je een nestje in de tuin en kun je het opvolgen, vul dan eens een nestkaart in. Je zult merken dat je heel anders naar zo’n nestje gaat kijken en er zelf veel van opsteekt. Leuke bezigheid. Alle info is te vinden op https://www.sovon.nl/nestkaartlight

Op http://s1.sovon.nl/nestkaart_kaart.asp?jaar=2020&perijaar=0&soort=-1 staat een blanco kaartje van Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Dat gaan we zo toch niet laten zeker?

Zwaluwen

De eerste zwaluwen zijn weer terug in het land. Door de droogte zullen ze het heel lastig hebben om modder te vinden voor hun nesten. Maar gelukkig kunnen we op een simpele manier helpen. Graaf een kuiltje, zet een teiltje, dienblad of een stuk plastic er in. Vul het met grond en maak deze goed nat. Het teiltje of wat je ook gebruikt, zorgt ervoor dat de grond niet snel uitdroogt. Controleer geregeld of de grond nog goed nat is en geef water indien nodig.  Zo kunnen de zwaluwen aan de slag met het (ver)bouwen van hun nesten.